Project betreffende de oprichting van een Familie- en Jeugdrechtbank kreeg definitieve vorm in juni 2010

Na twee jaar werk en ondanks het feit dat de regering in lopende zaken is, hebben de Staatssecretaris voor Gezinsbeleid en de Minister van Justitie het wetsontwerp tot oprichting van een familie- en jeugdrechtbank, waar reeds langer dan 30 jaar op gewacht wordt, in zijn definitieve vorm gegoten.
Er werd een consensus bereikt binnen de werkgroep samengesteld uit universiteitsprofessoren, magistraten uit alle niveaus van de Gerechtelijke Orde, Parketmagistraten, vertegenwoordigers van de Orde van advocaten, en juristen van de FOD Justitie en beide kabinetten.

U vindt hierbij de teksten van het wetsontwerp (memorie van toelichting, bespreking en wetsontwerp ) die momenteel ter advies voorliggen bij de Hoge Raad voor Justitie. Deze teksten zullen dus klaar zijn bij het aantreden van de nieuwe regering.

17/08/2010


Child Focus lanceert een preventiegids in het kader van de internationale kinderontvoering

In het kader van een verhoogd preventiebeleid heeft Child Focus, de stichting voor vermiste en seksueel uitgebuite kinderen, deze donderdag 17 juni een nieuwe preventiegids gelanceerd betreffende de internationale ontvoeringen van kinderen.

De gids "Mijn kind…Ons kind" is terug te vinden op de website "www.Childfocs.be".

Een doeltreffend preventiebeleid zou moeten leiden tot een vermindering van dit soort ontvoeringen door ouders. De gids gaat ook dieper in op de problematiek rond de internationale kinderontvoeringen in België, geeft een opsomming van de contacpersonen tot wie de bevolking zich kan wenden, en stelt preventieve middelen voor die kunnen worden ingezet om deze ontvoeringen tegen te gaan. Deze gids vervolledigt tevens een geheel van maatregelen inzake Internationaal Recht die in de jaren 80 in werking traden.

Via het stuurcomité van het project werd deze actie mede ondersteund door de Staatssecretaris. De beleidscel "gezinsbeleid" van de Staatssecretaris zal deze actie verderzetten door onder meer de contacten tussen de diensten van Justitie enerzijds, en de ouders anderzijds, te verbeteren. Ook het Belgisch Voorzitterschap zal zich over deze problematiek buigen en pleiten voor de integratie van de internationale bemiddeling in de internationale procesvoering.

18/06/2010


Voor de gezinnen met kinderen met een handicap

In het kader van het Europese jaar van de armoedebestrijding en de implementatie van een Nationaal Actieplan tegen de armoede, hebben de diverse ministeriële beleidscellen samengewerkt aan het oplijsten van verschillende maatregelen ter bestrijding van de armoede. Hiertoe ging elke Minister binnen zijn eigen bevoegdheden na welke familiale ontwikkelingen dienen te gebeuren.

Zo moeten gezinnen beter geïnformeerd worden over financiële steun en fiscale tegemoetkomingen met betrekking tot kinderen met een handicap. Om de gezinnen rechtstreekse toegang te geven tot deze informatie, werd een brochure opgesteld die op de website van de FOD Financiën geconsulteerd kan worden. Deze maatregel is het resultaat van de samenwerking tussen de Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, de Staatssecretaris voor personen met een handicap en de Minister van Financiën.
De brochure is nu beschikbaar en kan gedownload worden.

Hierbij de procedure voor het raadplegen van de brochure :
  1. Website FOD Financiën : http://www.minfin.fgov.be/
  2. rechts op het scherm, de rubriek « Publicaties ».
  3. Klik op deze link om alle publicaties te zien (« brochures » & « folders »)
  4. het gedeelte ‘folder’ :« Fiscale tegemoetkomingen voor gehandicapte kinderen (2010) »

23/05/2010


Een eerste etappe in de oprichting van de Familie- en Jeugdrechtbank.

De commissie voor Justitie van de Senaat heeft vandaag, na amendering door de Kamer, het wetsontwerp goedgekeurd waarin familiale zaken, en meer bepaald de kwesties met betrekking tot het kind, achter gesloten deuren behandeld zullen worden.

Het houden van deze bijzonder gevoelige debatten in zittingen achter gesloten deuren moet de gerechtelijke procedures waarmee gezinnen in aanraking komen, menselijker maken: echtscheiding, voogdij, ouderlijk gezag, adoptie, afstamming …

Zo is er een eerste etappe afgelegd in de oprichting van de Familie- en Jeugdrechtbank.

Het Staatssecretariaat voor Gezinsbeleid is verheugd met deze vooruitgang en zal alles in het werk stellen opdat dit ontwerp in de volgende legislatuur wordt gestemd. Het dossier ‘familie- en jeugdrechtbank’ genoot alle prioriteit, en zonder de val van de regering was ze zeker nog dit jaar gerealiseerd. Dit toont nog eens de absolute noodzaak aan om een regering te hebben met volheid van bevoegdheden, én de absurditeit van de huidige politieke crisis.

05/05/2010


Een aanmoediging voor jongeren met een handicap om te werken als jobstudent

Jongeren met een handicap behouden voortaan hun verhoogde kinderbijslag wanneer ze een studentenjob uitoefenen. Dat kondigen de staatssecretaris voor Begroting en Gezin, Melchior Wathelet en de staatssecretaris voor Sociale Zaken, belast met Personen met een handicap, Jean-Marc Delizée, aan. Daarmee worden jongeren met een handicap op gelijke voet geplaatst met andere jongeren wat betreft de “toegelaten” arbeid zonder dat ze hun kinderbijslag verliezen.

Mensen met een handicap moeten zo veel mogelijk kunnen deelnemen aan de samenleving. Werk is daarbij een belangrijke hefboom,” legt Jean-Marc Delizée uit. “Daarom willen we jongeren met een handicap aanmoedigen om in hun vrije tijd al eens te werken als jobstudent. Via deze weg kunnen de jongeren hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt leren kennen, en verwerven ze een werkervaring die ze later kunnen gebruiken bij het opstellen van hun CV. Dankzij de studentenjob worden ze ook een stuk minder afhankelijk van hun ouders omdat ze leren dat ze zelf geld kunnen verdienen. Bovendien leren ze via het werk andere mensen kennen, wat dan weer positief is voor hun maatschappelijke integratie.”

Ter informatie: Het voordeel van een studentencontract is dat zowel de werkgevers als de werknemers minder sociale bijdragen moeten betalen dan bij een gewoon arbeidscontract. Alle jongeren die nog studeren kunnen voortaan tijdens het derde trimester van het jaar ook zonder beperking werken via een gewoon arbeidscontract. Tijdens de 3 overige trimesters kunnen zij maximaal 240 uur per trimester werken.

Een nieuwe reglementering inzake het studentencontract werd na een akkoord binnen het kernkabinet voorgelegd aan de sociale partners van de Nationale Arbeidsraad (NAR) en dient vanaf 1 januari 2011 van kracht te worden. Ze voorziet in een administratieve vereenvoudiging en een uitbreiding van het aantal toegelaten werkdagen (50 dagen), die op om het even welk moment van het jaar mogen gepresteerd worden.

09/04/2010


Twee belangrijke doorbraken inzake familierecht

De Minister van Justitie, Stefaan De Clerck, en de Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, Melchior Wathelet, verheugen zich over twee belangrijke doorbraken inzake familierecht die deze namiddag in de Commissie Justitie van de Senaat tot stand kwamen:

- Enerzijds werd het wetsontwerp betreffende de objectivering van de onderhoudsbijdragen, reeds gestemd in de Kamer goedgekeurd. De volgende etappe in het parlementaire parcours is een tweede lectuur in de Kamer.

- Anderzijds was er de goedkeuring van het wetsvoorstel met betrekking tot de zitting achter gesloten deuren in familiezaken, in het bijzonder voor alles wat het welzijn van het kind aanbelangt en dat de Minister en de Staatssecretaris zo snel mogelijk toegepast willen zien in het kader van de sectie Jeugd en Familie van de Rechtbank van Eerste aanleg (doorgaans Familierechtbank genaamd).
Het principe van de openbare zitting blijft behouden, maar de wetgever voorziet voortaan een uitzondering voor de familiezaken: de zitting zal nu achter gesloten deuren gebeuren in de gerechtelijke procedures inzake afstamming, ouderlijk gezag, adoptie, voogdij en onbekwaamheid wat al het geval was in gerechtelijke procedures inzake verzoening, rechten en plichten van echtgenoten, echtscheiding en scheiding van tafel en bed evenals wettelijke samenwoning.
De rechter zal evenwel altijd kunnen beslissen om terug te keren naar de openbare zitting.
Het wetsvoorstel moet nu bestudeerd worden in de Kamer.

14/01/2010


Internationale adoptie : Geschiktheidsattest geldig gedurende 4 jaar en verlengbaar

De Minister van Justitie, Stefaan De Clerck, en de Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, Melchior Wathelet, verheugen zich over de goedkeuring van de wet houdende diverse bepalingen inzake justitie, die een verlenging van de geschiktheidsvonnissen in het kader van internationale adopties mogelijk maakt.

In overleg met de Gemeenschappen diende er snel een wetgevend en structureel antwoord te komen op situaties die voor talrijke gezinnen als een waar drama ervaren worden.

De verlenging van de internationale adoptieprocedures, te wijten aan recente wijzigingen van de regelgeving in sommige landen van herkomst, had immers het trieste gevolg dat het geschiktheidsvonnis van vele kandidaat-adoptanten binnen afzienbare tijd dreigde te vervallen, en dit zonder dat hen ook maar een kind kon worden voorgesteld!

De snelle goedkeuring van deze tekst inzake adoptie, die overigens erg positief werd onthaald door de politieke meerderheidspartijen, zou niet mogelijk geweest zijn zonder een uitstekende en efficiënte, voorafgaande samenwerking met de Minister van Jeugd en Jeugdbijstand van de regering van de Franse Gemeenschap, Evelyne Huytebroeck, de Minister van Gezinsbeleid van de regering van de Duitstalige Gemeenschap, Harald Mollers, en de Minister van Gezinsbeleid van de Vlaamse regering, Jo Vandeurzen.

In oktober 2008 werd een eerste stap in de goede richting gezet, door de centrale federale autoriteit in staat te stellen de initieel op drie jaar vastgestelde geldigheidsduur van het geschiktheidsvonnis met één jaar te verlengen, na verificatie en goedkeuring. De permanente evolutie van de wetgeving van de landen van herkomst vereiste een nieuwe, meer duurzame wijziging.

In de nieuwe tekst die vanuit een brede consensus tussen alle bevoegde overheden tot stand kwam, wordt de initiële duur van dit vonnis voortaan op vier jaar vastgesteld, verlengbaar met twee jaar door de Jeugdrechter, en dit d.m.v. een vereenvoudigde actualisering van het door de bevoegde organismen van de Gemeenschappen opgestelde sociaal onderzoeksverslag.

Teneinde te vermijden dat geldige vonnissen vervallen, zullen in de praktijk de sinds september 2005 uitgevaardigde vonnissen die in de loop van de komende dagen en weken dreigen te vervallen, ambtshalve verlengd worden tot 31 mei 2010.

Om elke periode van niet-erkenning van de geschiktheid te vermijden, zal iedere kandidaat-adoptant in de toekomst bovendien een verlenging van zijn geschiktheidsvonnis met twee jaar kunnen aanvragen bij de Jeugdrechtbank, en dit vijf maanden voor de vervaldatum van het initiële vonnis.

18/12/2009


Bilateraal akkoord tussen België en Kosovo betreffende de verwijdering van illegaal in ons land verblijvende Kosovaren

De Belgische Staatssecretaris voor Migratie- en Asielbeleid, Melchior Wathelet, en de Kosovaarse Minister van Binnenlandse Zaken, Zenun Pajaziti, hebben deze middag een belangrijk akkoord ondertekend in het kader van de migrantenstroom van Kosovaren naar België.

Het akkoord is de vrucht van twee jaren van onderhandelingen tussen de overheden van beide betrokken landen en heeft een dubbele slagkracht.

Met de ondertekening van dit document tussen onze twee landen verbint Kosovo zich er enerzijds toe de in België verblijvende Kosovaren die niet aan de door de Belgische regering bepaalde regularisatiecriteria beantwoorden, weer op te nemen. In dat opzicht betekent dit een sterk signaal zowel voor de Kosovaren in een illegale verblijfssituatie als voor de Belgische bevolking.

Anderzijds biedt dit akkoord een antwoord op de vraag van Kosovo zelf om dit akkoord te sluiten en uit te voeren, aangezien dit een toenadering tot de Europese Unie mogelijk maakt.
Sinds zijn onafhankelijkheid is het de eerste keer dat Kosovo een bilateraal overnameakkoord ondertekent.

Overigens heeft de BENELUX aan de Kosovaarse autoriteiten haar wil kenbaar gemaakt om te onderhandelen over een formeel Verdrag tussen de vier Staten. Er wordt nu reeds gewerkt aan de tekst van dit Verdrag.

Bovendien zal de Dienst Vreemdelingenzaken op 1 november een campagne lanceren teneinde de Roma’s van het Zuidwesten van Kosovo, waarvan de meerderheid bij ons asiel aanvraagt, aan te moedigen zich te wenden tot het lokaal beleid in hun land.

KOSOVO.jpg

21/10/2009


Verzoening tussen professioneel leven en gezinsleven :

Geleidelijke hervatting werk na moederschapsverlof voortaan ook mogelijk voor vrouwelijke ambtenaren.

De Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, Melchior Wathelet, verheugt zich over het akkoord dat vandaag in de Ministerraad tot stand kwam betreffende de mogelijkheid voor vrouwelijke ambtenaren om het werk geleidelijk te hervatten op het einde van het moederschapsverlof.

De Vice-Eerste Minister en Minister van Ambtenarenzaken, Steven Vanackere, stelde voor dezelfde soepelheid toe te passen voor het contractueel en statutair personeel van de Staat als voor de loontrekkenden in de privésector inzake versoepeling van het moederschapsverlof.

Voortaan kunnen jonge moeders met een ambtenarenstatuut onder bepaalde voorwaarden de laatste twee weken van hun moederschapsverlof omzetten in nabevallingsrust, die opgenomen dient te worden binnen een termijn van 8 weken vanaf het einde van de ononderbroken periode van de nabevallingsrust.

Deze bepaling, die in de privésector reeds sedert 1 april 2009 van toepassing is, is één van de verwezenlijkingen van de regering in haar streven naar het vergemakkelijken van het dagelijkse leven van de gezinnen.

21/09/2009


De DAVO moet meer bekendheid krijgen

De Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, Melchior Wathelet, verleent zijn steun aan de zichtbaarheidscampagne van de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO).

In het kader van het recent verrichte parlementaire werk met betrekking tot de objectivering van de onderhoudsbijdragen (dat Melchior Wathelet zo spoedig mogelijk wil toegepast zien na evocatie door de Senaat), heeft de Staatssecretaris voor Gezinsbeleid er overigens op aangedrongen dat de activiteiten en de gegevens van de DAVO duidelijk vermeld worden in ieder echtscheidingsvonnis.

Deze dienst, operationeel sedert 2004 en nog te weinig bekend bij het grote publiek, is een federale dienst die rechthebbenden helpt bij het innen van hun alimentatievorderingen.
De dienst heeft als taak het onbetaalde bedrag van de onderhoudsbijdrage tussen ex-echtgenoten te innen bij de onderhoudsplichtige.
De DAVO kan het bedrag van de onderhoudsbijdragen ten gunste van de kinderen ook voorschieten.

Van zodra de schuldeiser in de loop van de afgelopen 12 maanden ten minste twee maal (niet noodzakelijk twee opeenvolgende maanden) het bedrag van de onderhoudsbijdrage niet heeft ontvangen, en mits de schuldeiser in België verblijft en de onderhoudsbijdrage werd vastgesteld door een uitvoerbaar rechterlijk vonnis (echtscheidingsvonnis, dringende en voorlopige maatregelen, …), kan de schuldeiser een beroep doen op de DAVO.

15/09/2009


Oprichting van een « Familierechtbank » !

De familiale geschillen zijn momenteel verspreid over verschillende rechtsmachten : Vrederechters, rechtbank van eerste aanleg, jeugd- of kortgeding-rechtbank. Deze versnippering leidt tot bevoegdheidsconflicten en zelfs incoherenties tussen gerechtelijke beslissingen, en is bijgevolg onbegrijpelijk, nutteloos en inefficiënt voor de rechtzoekende.

Dit project heeft als doelstelling de dienstverlening aan de burger te verbeteren door de oprichting van een afdeling voor Jeugd en Familie in de rechtbank van eerste aanleg, waarin alle rechterlijke bevoegdheden met betrekking tot de familiale geschillen en jeugdproblematiek ondergebracht zullen worden. De grote lijnen van dit project zijn:

  • coherentie: door het groeperen van de bevoegdheden;
  • eenvoud en toegankelijkheid: door het inrichten van soepele procedures;
  • gericht op geruststellende oplossingen in het belang van het kind: indien mogelijk door de voorkeur te geven aan de verzoening en de bemiddeling;
  • specialisatie: de magistraten van deze afdeling zullen een specifieke opleiding genoten hebben. De advocaten die de minderjarigen bijstaan zullen ook een specifieke opleiding gevolgd moeten hebben.

Dit project is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen de kabinetten van de Minister van Justitie en de Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, met de hulp van verschillende rechterlijke en universitaire actoren.

 -->het vervolg lezen

05/06/2009


Het oude nummer 110 verdwijnt en wordt vervangen door het nieuwe noodnummer 116000 !!!

116000.jpg

Het totstandkomen van het nieuwe noodnummer.

Child Focus vestigt zowel op nationaal als inetrnationaal vlak de aandacht op de problematiek van de verdwijning van kinderen. Hiertoe richtte Child Focus en 2001 “Missing Children Europe" href="http://www.missingchildreneurope.eu/" target="_blank">Missing Children Europe” (MCE) op, een Europese federatie van 23 gelijkaardige NGO’s in 16 landen.

Onder impuls van MCE nam de Europese Commissie in februari 2007 de beslissing om het nummer 116000 in alle lidstaten te reserveren als meldnummer voor vermiste kinderen.

Intussen werd deze beslissing ten uitvoer gelegd door de “Conference of European Postal and Telecommunications Administrations” – (CEPT), die ervoor gezorgd heeft dat het nummer 116 000 in niet minder dan 48 landen (zo goed als het gehele geografische europese grondgebied) gereserveerd is en dus niet voor andere doeleinden gebruikt kan worden.

Rome is niet op één dag gebouwd. Het meldnummer 116000 voor vermiste kinderen is nu al operationeel in 7 landen: Hongarije, Polen, Nederland, Griekenland, Portugal, Roemenië, Slovakije, …. en nu dus ook bij ons, als achtste land. Binnenkort volgen Frankrijk en Italië.

Waarom?

Vanzelfsprekend komen veruit de meeste oproepen op een noodlijn van inwoners van het eigen land.

Maar: de mobiliteit van burgers neemt toe, en de grenzen vervagen. Met een Europees eenheidsnummer beschikken Belgische reizigers in het buitenland, of vreemdelingen die in België verblijven, steeds over het juiste noodnummer wanneer ze geconfronteerd worden met de verdwijning van een kind.

Bovendien worden internationale opsporingscampagnes vergemakkelijkt, omdat er internationaal slechts één telefoonnummer moet worden vermeld. De nationale nooddiensten verbinden zich ertoe de relevante getuigenissen onmiddellijk door te geven aan hun collega’s én aan de bevoegde politiediensten.

Hoe werkt het?

Het Europees noodnummer voor vermiste kinderen geeft toegang tot de lokale, nationale diensten die met verdwijningen van kinderen belast zijn. Concreet wordt in elk land één instantie of organisatie aangeduid die alle 116000-oproepen uit dat land ontvangt en behandelt.
Wie in België het nummer kiest komt terecht bij Child Focus.

Specifieke werking van de Child Focus-noodlijn.

Het nummer is dag en nacht, zeven dagen op zeven bereikbaar. De bellers worden zoveel mogelijk in een gemeenschappelijke taal aangesproken: de operatoren spreken minstens de landstalen plus Engels. Desgewenst wordt anonimiteit gegarandeerd. Om veiligheidsredenen wordt elke oproep op band opgenomen. Elke relevante oproep wordt meteen geregistreerd in een databeheerssysteem. Aan elk dringend geval wordt onmiddellijk gevolg gegeven door het aanduiden van een dossierverantwoordelijke, die net zoals de operatoren in een wachtsysteem werkt. Alle getuigenissen worden volgens een geschreven protocol meteen doorgegeven aan de bevoegde politiediensten.

Het oude nummer 110 blijft om veiligheidredenen nog geruime tijd bereikbaar. Hoelang precies zal volgend jaar geëvalueerd worden. Er zal vanaf nu geen publiciteit meer voor worden gemaakt.

Naast verdwijningen behandelt Child Focus ook meldingen van extrafamiliaal seksueel misbruik via dezelfde noodlijn.

Gezamenlijke actie

Child Focus stelt vandaag ook het Europese logo voor dat tot stand kwam onder impuls van MCE. Het is de eerste uiting van een gezamenlijke campagne, die op 25 mei (Internationale Dag van de Vermiste Kinderen) van start zal gaan.

116000.jpg

22/05/2009


De Staatssecretaris voor Gezinsbeleid lanceert een studie betreffende de toepassing van de wet op het gelijkmatig verdeeld verblijf van kinderen

In 1960 werden er 65.220 huwelijken en 4.589 echtscheidingen geteld. In 2007 daalde het aantal huwelijken naar 45.561 terwijl het aantal echtscheidingen opliep tot 30.081.

Het aangaan van een huwelijk alsook een echtscheiding is in de loop van de laatste decennie fors geëvolueerd, zoveel is duidelijk. In deze context onderging de wetgeving verschillende wijzigingen met onder andere de invoering, in juli 2006, van de wet betreffende het verblijf van de kinderen in geval van een (echt)scheiding van de ouders.

Deze wet bepaalt dat indien beide ouders een gelijkmatig verdeeld verblijf van de kinderen wensen, de rechtbank dit akkoord zal moeten bekrachtigen, behalve indien er elementen bestaan die strijdig zijn met het belang van het kind en/of de beide ouders.

In geval van onenigheid en gezamenlijk ouderlijk gezag, zal de rechtbank overigensin de eerste plaats de mogelijkheid tot een gelijkmatig verdeeld verblijf tussen de ouders onderzoeken. Maar tenminste één van de ouders moet hierom verzoeken. Indien de rechter een andere verblijfsregeling beslist dan het gelijkmatig verdeeld verblijf, zal hij dit in het bijzonder moeten motiveren.

Naast het werk van de Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, Melchior Wathelet, en de Minister van Justitie voor de inrichting van een familierechtbank die bevoegd zou zijn voor de berechting van alle familiale conflicten, heeft Melchior Wathelet eveneens opdracht gegeven aan de “service Panel Démographie Familiale”, geleid door Marie-Thérèse Casman (Institut des Sciences humaines et sociales de l'Université de Liège) een onderzoek te voeren met als doelstelling een beter beeld te krijgen van de huidige toepassing van deze wet op het gelijkmatig verdeeld verblijf.

Vanwaar de keuze voor het afwisselend verblijf ? Wat zijn de voordelen? De moeilijkheden ?
Of, integendeel, vanwaar de keuze voor een andere verblijfsregeling ?
Hoe verloopt de dagelijkse organisatie ?
Hoe beleven de ouders en de kinderen dit gelijkmatig verdeeld verblijf ?
Welke verbeteringenkunnen er in de wet worden aangebracht ? ... ?



Getuigenissen, zowel van beroepsmensen die rond deze wetgeving werken als van ouders die een (echt)scheiding achter de rug hebben, zijn van essentieel belang om een beter inzicht te krijgen in hoe deze situaties ervaard worden en om de wet aan te passen indien dit wenselijk blijkt.

Teneinde getuigenissen van ouders te verzamelen, nodigt de Staatssecretaris voor Gezinsbeleid u uit om de vragenlijst te beantwoorden op onderstaande site :

http://www.hfinformatique.be/gelijkmatigverdeeldehuisvesting

U heeft ook de mogelijkheid tot een onderhoud met een onderzoeksmedewerker (ongeveer één uur).

De anonimiteit en vertrouwelijkheid van het gesprek worden uiteraard nauwgezet gerespecteerd.

De Staatssecretaris voor Gezinsbeleid alsook de onderzoeksmedewerkers blijven geheel te uwer beschikking voor meer informatie en verheugen zich over uw getuigenis.

Gegevens onderzoeksmedewerkers :

Angèle César (acesar@ulg.ac.be)
Charline Waxweiler (Charline.Waxweiler@ulg.ac.be)
Telefoon : 04 366 21 85
Adres : Panel Démographie Familiale · Institut des Sciences humaines et sociales de l'Université de Liège · Chemin du Trèfle, 1 (Bât. B13) · 4000 Liège

23/04/2009


De KIDS-ID : een geruststellende technologische ontwikkeling, ook voor de jonge internetgebruikers en hun ouders

De Staatssecretaris voor Gezinsbeleid is verheugd over de ontwikkeling van de KIDS- ID, de elektronische identiteitskaart voor kinderen van 0 tot 12 jaar.

Sinds eind 2006 kan, op verzoek van diegenen die het ouderlijk gezag uitoefenen, een elektronische identiteitskaart afgeleverd worden voor kinderen van 0 tot 12 jaar.

Het voordeel van de elektronische kaart in vergelijking met de vroegere papieren versie betreft eerst en vooral de veiligheid : de elektronische kaart is immers zeer moeilijk te vervalsen en maakt een leeftijdscontrole van het kind mogelijk wanneer het bijvoorbeeld wil gaan chatten of zich in de wereld van de online-kansspelen wil storten. De leeftijd kan niet meer geveinsd worden en het verbod om sites te raadplegen die voor ouderen bestemd zijn, is onherroepelijk. Vervolgens is er het voordeel van de administratieve vereenvoudiging: de chip zal op termijn nieuwe functionaliteiten mogelijk maken.

En de KIDS-ID gaat nog verder, dankzij het systeem "Hallo ouders"!

Het gaat om een telefoonnummer op de achterkant van de kaart, dat via het rijksregisternummer van het kind in verbinding staat met zeven vooraf bepaalde opeenvolgende nummers en, ten slotte, met de noodlijn van Child Focus. Wanneer zich een probleem voordoet, kan het kind of de persoon die het kind te hulp komt dus onmiddellijk contact opnemen met een naaste, zonder dat het kind hiervoor een nummer uit het hoofd moet kennen. Deze dienst heeft als dubbel voordeel dat zowel ouders als kinderen gerustgesteld zijn.

De Staatssecretaris voor Gezinsbeleid, overigens ook Staatssecretaris voor Begroting, heeft er in het bijzonder op toegezien dat de kaart toegankelijk is voor de gezinnen op het vlak van de kostprijs : 3 EUR, hetzij nauwelijks iets meer dan de prijs voor een traditioneel identiteitsbewijs. De Staat neemt de bijkomende 4 EUR van de kostprijs van de kaart voor haar rekening.

/Kids_ID.jpg »

20/03/2009


Stop cyberpesten

E-mail, chat, profielen en gsm's kennen heel veel positieve toepassingen. De meeste jongeren gebruiken ze enkel om leuke dingen mee te doen. Jammer genoeg houdt niet iedereen het zo leuk. Sommige kinderen worden gepest via deze “nieuwe” technologieën. Wat is het precies en vooral, wat kan ik doen als ik gepest wordt via de computer of de gsm?

Stel uw vragen en geef uw mening op het Gezinsforum
Meer weten over cyberpesten en hoe je ermee kan omgaan? clicksafe.be
keepcontrol.eu


16/02/2009


Toespraak Mr.Wathelet - Conferentie FRB - Nieuw samengestelde gezinnen

De wereld verandert, families worden opnieuw samengesteld, het gezinsbeleid past zich aan.

Na het patriarchale gezin, het kerngezin, bracht de sociologische typologie ons nieuwe begrippen zoals traditionele gezinnen (niet vanuit een of andere filosofie), de eenoudergezinnen, nieuwe samengestelde gezinnen,….waarbij deze soms tegenover elkaar geplaatst worden.

Emancipatie van de vrouw op het vlak van geboortecontrole, recht en autonomie, volledig omgevormde interfamiliale relaties: het rijk van de patriarch met zijn normen en waarden is uit en wordt vervangen door de nood aan dialoog en interne onderhandeling.

Tegewoordig spreken sommigen over het “netwerkgezin”. De levensloop van de gezinnen bestaat immers steeds vaker uit verschillende opeenvolgende “gezinssoorten” en dit soms kringloopgewijs.

Hoewel het traditionele gezin nog steeds het streefdoel van talrijke jongeren (en ook ouderen) is, en beschreven wordt als “het gezin dat het best leeft” (enquête Delta Lloyd), toont het onderzoek op initiatief van de Koning Boudewijnstichting (waarvan ik het werk over de veranderingen in onze maatschappij erg op prijs stel), ons aan dat één kind op tien in een nieuw samengesteld gezin leeft, hetgeen neerkomt op 9,5 tot 10% van de kinderen in België. En dit cijfer, zo geven de onderzoekers zelf toe, zou te laag geschat zijn.

Maar wanneer men het nieuw samengesteld gezin van naderbij beschouwt, is dit meestal voor minstens één van de leden eerst een traditioneel gezin geweest alvorens het stadium van het eenoudergezin te doorlopen.

De cijfers van het Nationaal Instuut voor de Statistiek melden voor België 665.968 eenoudergezinnen en 1.157.000 getrouwde koppels met kinderen, dat wil zeggen een verhouding van 1 op 2. Het opmaken van statistieken voor nieuw samengestelde gezinnen is echter een complexere zaak. Sommige eenoudergezinnen zijn dit officieel gezien alleen maar omwille van fiscale of maatschappelijke redenen. Anderzijds bevinden er zich tussen de getrouwde koppels ook vele nieuw samengestelde gezinnen… Het is bijgevolg zeer moeilijk dit fenomeen objectief te beschouwen.

De particulariteit van het nieuw samengesteld gezin bestaat erin dat het zich opbouwt korte of langere tijd na een breuk. Het gezin organiseert de omgang met het kind door rekening te houden met de vroegere familiale banden, die zich niet beperken tot de twee ouders. Het voortbestaan en de kwaliteit van de relaties met de stief- of grootouders van de voorgaande gezinskern(en) zijn mee bepalend voor de harmonie van de nieuwe structuur en de mogelijkheid voor het kind om zijn gevoelens van saamhorigheid en waarden een plaats te geven.

Deze overgangsfases zijn uiteraard afhankelijk van de omstandigheden waarin de scheiding gebeurt. De houding van de volwassen ex-partners, de manier waarop zij het conflict beheren, hun gewaarwording van hetgeen dit betekent voor het kind en van de materiële omstandigheden die eruit voortvloeien, bepalen de mogelijkheden tot wederzijdse verzoening.

Het is ook om deze wederopbouw mogelijk te maken dat het familiaal recht de laatste jaren is aangepast. Zo waren er verschillende versoepelingen van ons scheidingsrecht ·tot en met de schuldloze scheiding-, het creëren van een statuut voor de wettelijk samenwonenden, het instellen van een nieuw afstammingsrecht en de doorbraak betreffende het homo-ouderschap, de verhoogde kinderbijslag voor de eenoudergezinnen die in moeilijkheden verkeren op financieel vlak, enz.

In het nastreven van dit doel, namelijk het behoud van duurzame relaties van de ex-partners en hun entourage mogelijk maken, heb ik besloten een ontwerp in te dienen betreffende de objectivering van de alimentatiebijdragen, op basis van een erkende berekeningswijze, met de mogelijkheid voor de rechter om hier indien nodig van af te wijken, waarbij hij zijn beslissing en berekening wel expliciet moet motiveren.

Op die manier hopen wij ervoor te zorgen dat de bijdrage in het belang van het kind beter aanvaard wordt, de spanning tussen betaling en omgangsrecht vermeden wordt en de tussenkomsten van de DAVO verminderen. Deze dienst dient echter meer bekend te worden om tegemoet te komen aan situaties van grote onzekerheid waarin sommige kinderen zich bevinden tijdens de eenoudergezinsfases, die te vaak gepaard gaan met een gebrekkige toepassing van de alimentatiebijdragen.

De wettelijke voorschriften inzake de verblijfsregeling en het gezag over de kinderen na de scheiding van de ouders, hebben eveneens diepgaande conceptuele veranderingen ondergaan, en volgen zo met enige vertraging de toename van nieuwe vormen van samenwonen buiten de verbintenissen van het huwelijk, die zich progressief ontwikkeld hebben.

Tussen de wet van 13 april 1995 betreffende de huisvesting en het ouderlijk gezag over minderjarige kinderen van niet-samenwonende ouders, en de wet van 18 juli 2006 die streeft naar een gelijkmatig verdeeld verblijf voor het kind waarvan de ouders gescheiden zijn en die ook de gedwongen uitvoering reglementeert inzake de verblijfsregeling van het kind, zijn er heel wat geschillen in verband met de bewaring van het kind onderworpen aan een eerder wisselvallige rechtspraak die door sommigen zeer chaotisch werd genoemd.

Wij hebben in het Burgerlijk Wetboek het belangrijke principe ingeschreven volgens hetwelke het kind, na de scheiding, evenwichtige contacten moet behouden met beide ouders die op hun beurt hun ouderrol verder moeten blijven vervullen. Het afwisselend uitoefenen van gezag wordt hiermee de voornaamste verblijfsregeling.

Hoewel dit principe voortaan de gerechtelijke overeenkomsten of beslissingen stuurt, leidt de dagelijkse confrontatie van deze nieuwe realiteit met het fiscaal en sociaal recht of met de begeleidingsmaatregelen voor de ouders, niet helemaal tot het beoogde doel om de conflictbronnen tussen ouders te beperken. Het effect lijkt heilzaam op het moment van de scheiding, maar de praktische zaken bemoeilijken dikwijls de situatie.

Er is een wetsvoorstel neergelegd bij de Senaat betreffende de randaspecten van deze situatie inzake dubbele domiciliëring, administratief bewijs van co-ouderschap en impact op fiscaal en sociaal vlak. De weg naar een bevredigende oplossing is nog lang, rekening houdende met de wijzigingen van de gewoontes, maar vooral met de analyse van de gevolgen in verband met de werklast, de inlichting van derden (aan welk adres een convocatie betekenen?), de programmatie van beheerssoftware (Kruispuntbank, mutualiteiten, RKW, RSVZ,…) en dus het nodige budget voor deze veranderingen.

In dit opzicht ben ik van plan een reeks technische besprekingen te beginnen teneinde het parlementaire werk op dit vlak te ondersteunen.

De contacten met de federale entiteiten zullen ons hierbij wellicht in staat stellen de thema's aan te snijden die hen zijn toegewezen en die bijzonder gevoelig liggen bij de nieuw samengestelde gezinnen wat betreft het in aanmerking nemen van hun variabele familiale dimensie op vlak van bijvoorbeeld huisvesting en mobiliteit. De ouders behouden hun plaats als eerste opvoeders. Maar zij worden vandaag vergeleken met andere partijen: de leraar, andere volwassenen die eventueel tijdelijk deel uitmaken van de gezinskern, televisie, internet, de virtuele vrienden van facebook of msn…

De overbrenging van de familiale en maatschappelijke waarden wordt vermoeilijkt door:
  • het geïsoleerd raken van de grootouders (grootouders wonen veraf, zijn nog actief, meerdere grootouders wegens de nieuwe samenstellingen…)
  • het grote aantal externe en voornamelijk commerciële verleidingen het verlangen naar persoonlijk succes van elk van de volwassenen (hedonisme)
  • de onzekerheden met betrekking tot de toekomst van onze kinderen, hun werk, het leefmilieu

Ook wat dit betreft is de situatie van de nieuw samengestelde gezinnen specifiek: de leden van de opvoedingskern moeten hun eigen waardemeters smeden vanuit verschillende en soms zelfs talrijke verledens, hierbij rekening houdend met de fysieke afwezigheid van medebeslissers.
De ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind temidden van verschillende, zelfs tegenstrijdige waarden, of, erger nog, door de volwassenen als instrument beschouwde waarden (de oudervervreemding is vandaag de dag een alomtegenwoordig verschijnsel) · kan de ontplooiing van het kind moeilijker maken.

Daarom gaat mijn aandacht vooral uit naar de wetgevende begeleiding die nodig is om conflictsituaties bij scheidingen tot een minimum te herleiden (de eerder vermelde objectivering van de alimentatiebijdragen is hiervan een mooi voorbeeld). Bovendien ga ik een studie lanceren over de invloed op het gezinsleven van de nieuwe wet op de schuldloze echtscheiding. Met hetzelfde doel voor ogen wil ik binnenkort starten met een informatiecampagne over de mogelijkheden van bemiddeling in familiale conflicten. Tenslotte is er nog de hervorming van ons rechtssysteem inzake familiaal recht met als doel in de loop van deze legislatuur de Familierechtbank op te richten. Ook deze hervorming maakt deel uit van deze begeleiding en mobiliseert mijn kabinet.

Wat betreft het centrale thema van deze dag vraagt u zich waarschijnlijk af waarom ik het nog niet heb gehad over het statuut van de stiefouders of de kwestie van het zorgouderschap. Ik wens echter eerst de impact van de wetgeving op de intermenselijke relaties te evalueren vooraleer een nieuw dispositief te lanceren.

Dagen zoals deze, georganiseerd door de Koning Boudewijnstichting, dragen overigens bij tot het aangaan van nieuwe sociale uitdagingen.

Ik dank u om, via uw deelname en interpellaties ·ook via ons portaal www.degezinnen.be · bij te dragen aan de verbetering van de voorzieningen ten gunste van de gezinnen.

Melchior Wathelet

07/11/2008


Staatssecretaris Wathelet trekt ten strijde tegen de internationale kinderontvoeringen

Wanneer een ouder zijn kind(eren) ontvoert, is dit emotioneel bijzonder zwaar, zowel voor de kinderen in kwestie als voor de andere ouder.

Om de schadelijke gevolgen van die schrijnende situaties te bestrijden zijn er internationale overeenkomsten uitgewerkt.
Zo is er enerzijds het Verdrag van 's-Gravenhage inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale kinderontvoering dat op 1 mei 1999 in werking is getreden.
Er is ook de Verordening Brussel IIbis dat sinds 1 maart 2005 van kracht is en het Europees Verdrag van Luxemburg dat voorziet in een erkenningsprocedure van Belgische rechterlijke beslissingen in het buitenland dat echter nog slechts in beperkte gevallen van toepassing is.
Tot slot heeft ons land bilaterale akkoorden afgesloten met Marokko en Tunesië.
De wet van 10 mei 2007, die van kracht is sinds 1 juli 2007, beoogt de tenuitvoerlegging van de diverse internationale instrumenten.

Deze wetgevende instrumenten beogen kinderen te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van een internationale ontvoering. Ze hebben als doel de kinderen terug te vinden en ervoor te zorgen dat het gezagsrecht of het recht op persoonlijk contact wordt gerespecteerd.

In België werd op 27 januari 2005 het Federaal Aanspreekpunt “internationale kinderontvoeringen” opgericht en geïncorporeerd in de Dienst Internationale Rechtshulp in Burgerlijke Zaken van de Federale Overheidsdienst Justitie. Het is bevoegd om tussen te komen indien een kinderontvoering plaatsgevonden heeft naar een land dat een van bovenvermelde internationale of multilaterale instrumenten heeft ondertekend.
Het is belast met de volgende opdrachten:
  • centralisatie en verspreiding van alle eerstelijnsinformatie met betrekking tot internationale kinderontvoeringen en grensoverschrijdend omgangsrecht;
  • behandeling van de individuele dossiers met toepassing van de internationale instrumenten;
  • ingeval van ontvoering naar een land waarmee België niet door een internationaal instrument gebonden is, de partijen doorverwijzen naar andere bevoegde instanties (hetzij de FOD Buitenlandse Zaken, hetzij de Belgische gerechten, hetzij de buitenlandse gerechten);
  • psychologische bijstand aan de families in het kader van de individuele dossiers;
  • financiële bijstand ten behoeve van de families, voor de dossiers die onder de bevoegdheid vallen van de FOD Justitie en afhankelijk van de financiële middelen van de verzoekende ouder.

Het Federaal Aanspreekpunt is elke werkdag bereikbaar:
* per telefoon op het nummer 00 32 (0)2 542 67 00;
* per fax op het nummer 00 32 (0)2 542 70 06;
* per e-mail: kinderontvoering@just.fgov.be

Er is een telefoonpermanentie 24u op 24u buiten de kantooruren, tijdens het weekend, tijdens de feestdagen en de dagen met dienstvrijstelling. Voor niet dringende zaken, kunnen er berichten worden ingesproken via een antwoordapparaat. Voor dringende zaken is er een speciale telefoonlijn die u verbindt met de telefoonpermanentie. Voor meer informatie kan u terecht op de website www.just.fgov.be, rubriek “Justitie van A tot Z”, trefwoord “Internationale Kinderontvoeringen”.

Indien een kinderontvoering gebeurt naar een land dat niet aangesloten is bij een internationaal verdrag, is de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, dienst internationale gerechtelijke samenwerking, bevoegd om tussen te komen.
U kan deze contacteren op:

Karmelietenstraat 15 te 1000 Brussel
Tel.: 00 32 (0)2 501 81 11
Fax: 00 32 (0)2 513 55 47
E-mail: info@diplobel.fed.be

Ook Child Focus, het Europees Centrum voor Vermiste en Seksueel Uitgebuite Kinderen, kan als onafhankelijke stichting van openbaar nut bijstand bieden in geval van internationale ontvoering door ouders.
U kan deze contacteren op:

Houba-de Strooperlaan 292 te 1020 Brussel
Tel.: 00 32 (0)2 475 44 11
Gratis noodnummer: 110 (24 uur op 24)
E-mail: : 110@childfocus.org
www.childfocus.be

In geval u vreest voor een ontvoering van uw kind naar het buitenland, contacteer dan het Federaal Aanspreekpunt, dat u advies kan geven voor uw persoonlijk geval en u zal doorverwijzen indien nodig. Het kan u een overzicht bezorgen van de voorzorgsmaatregelen die u kan nemen wanneer het risico op een ontvoering van uw kind zich voordoet alsook van de maatregelen die u moet treffen wanneer u het slachtoffer bent van een ontvoering van uw kind.
U kan ook terecht bij de lokale politie wanneer u een ontvoering vreest of wanneer deze reeds heeft plaatsgevonden.

Op 26 april 2007 werd er een protocol getekend tot regeling van de samenwerking tussen Child Focus, de gerechtelijke instanties, de FOD Justitie en de FOD Buitenlandse Zaken op het gebied van internationale kinderontvoeringen en grensoverschrijdend omgangsrecht. In het kader van deze samenwerking zal eerstdaags een werkgroep statistiek worden opgericht. De bedoeling is dat een samenwerking wordt tot stand gebracht op het gebied van onderzoek van het verschijnsel van internationale kinderontvoeringen, vastlegging van gemeenschappelijke criteria en coördinatie van de mededeling van statistieken.

Staatssecretaris voor gezinsbeleid Melchior Wathelet heeft alvast het initiatief genomen om samen te zitten met zijn collega-ministers van Justitie en Buitenlandse Zaken teneinde na te gaan hoe de strijd tegen de internationale kinderontvoeringen verder kan worden geoptimaliseerd. De staatssecretaris vertegenwoordigde ons land op een Europese top die op 18 september 2008 plaatsvond in Parijs. Hij nam deze gelegenheid te baat om de problematiek van de internationale kinderontvoeringen onder de aandacht te brengen. Hij drong erop aan om een discussie op te starten rond de uitwisseling tussen de lidstaten van ‘good practices', over de verdere ontwikkeling van internationale bemiddeling en over de rol van de bemiddelaar van het Europees Parlement voor grensoverschrijdende ontvoeringen van kinderen door ouders.

01/10/2008



AnySurfer, label de qualité belge pour les sites internet accessibles, juillet 2007
FR    NL    DE Contact